Mahamevnawa Buddhist Monastery:
Gedragscode en gebruik maken van Externe Bemiddelaar

— Loko Bhikkhave Tathāgatena abhisambuddho. —

‘Monniken, de wereld is volledig begrepen door de gezegende, de volmaakte’.

De Boeddha [1]

Mahamevnawa Buddhist Monastery

Mahamevnawa Buddhist Monastery Nederland fungeert als Boeddhistisch klooster. Dat betekent dat het klooster wordt bewoond door Boeddhistische monniken. Deze monniken zijn opgeleid en getraind in Sri Lanka door ‘Mahamevnawa Bhavana Asapuwa’.

Het uitgangspunt van Mahamevnawa Bhavana Asapuwa is het bestuderen en beoefenen van de leer van De Boeddha, zoals deze in de teksten van de Pali canon is opgenomen. Monniken bestuderen de Paliteksten of vertalingen hiervan in zowel het Sri Lankaans, Engels of in een andere taal wanneer dit nodig is, en wanneer deze vertalingen beschikbaar zijn. Vervolgens onderwijzen zij de mensen die naar het klooster komen, of de mensen die hen uitnodigen om ergens een Lering van De Boeddha te onderwijzen.

De hoofdleraar van Mahamevnawa Buddhist Monastery wereldwijd, woonachtig in Sri Lanka, Kiribathgoda Gnanānanda thero, heeft het als zijn persoonlijke doel gezien om de leer van De Boeddha bekend te maken bij zoveel mogelijk mensen. In navolging van deze leraar, stelt Mahamevnawa Buddhist Monastery (vanaf hier MBM) zich ten doel, met het vertrouwen in het hierboven aangehaalde citaat van een uitspraak van De Boeddha, dit ook in Nederland te doen. Alle uitspraken die deze leraar doet, en die de monniken van MBM doen, zijn toetsbaar aan en verifieerbaar in de Paliteksten.

Dit betekent voor de hieronder opgestelde gedragscode, dat deze voor zover mogelijk is, geheel gebaseerd is op wat MBM kan aanhalen uit de teksten die zij als ‘Het woord van De Boeddha’ ziet.

Bezoek aan het klooster: gedragsregels

Wie in het klooster langskomt, zal uit worden genodigd om zich aan de volgende vijf regels te houden:

  1. Het zich onthouden van het nemen van leven
  2. Het zich onthouden van het nemen van wat niet gegeven is
  3. Het zich onthouden van iedere vorm van seksueel gedrag
  4. Het zich onthouden van verkeerde spraak
  5. Het zich onthouden van het gebruiken van geest-benevelende middelen, zoals alcohol en drugs

Door MBM wordt het als een vanzelfsprekendheid gezien dat de monniken die in het klooster leven zich aan deze regels houden. Monniken hebben 10 of 227 leefregels waarin bovenstaande 5 regels in de basis al aanwezig zijn en verder zijn uitgewerkt.

Hieronder worden de 5 gedragsregels voor in het klooster, verder omschreven:

1) Het zich onthouden van het nemen van leven

Het zich onthouden van het nemen van leven wordt in haar totaliteit gezien. Dus iedere vorm van
doden wordt gezien als het breken van deze regel, of het nu gaat om een mens, een vogel of een mier.
MBM spreekt van doden als:

  1. De persoon die een ander wezen wil doden, weet dat het andere wezen in leven is;
  2. Als de in punt 1 genoemde persoon de intentie heeft om het andere wezen te doden;
  3. Als de in punt 1 genoemde persoon een inspanning onderneemt om het andere wezen te doden;
  4. Als het wezen op wie de inspanning van de in punt 1 genoemde persoon is gericht, daadwerkelijk komt te overlijden als gevolg van de betreffende inspanning [2]

2) Het zich onthouden van het nemen van wat niet gegeven is

Het nemen van wat niet gegeven is kunnen we ook omschrijven als stelen. Dat is in onze visie de bewuste inspanning van iemand die een object (dat kan een gebruiksvoorwerp, voeding, geld of een aanverwant iets zijn) neemt, met als doel dit zich toe te eigenen. Hij weet dat het object niet van hem is, en dat er een kans is dat de eigenaar van het object het niet toe zou staan, wanneer hij het object neemt. De geslaagde poging om het object te nemen, omschrijft MBM hier als diefstal.

3) Het zich onthouden van iedere vorm van seksueel gedrag

Omdat MBM een klooster is, en niet te vergelijken valt met een reguliere seculiere setting, verwachten wij dat onze bezoekers iedere vorm van seksueel gedrag, dat wil zeggen lichamelijke of verbale handelingen, met als intentie het opwekken van een prettig gevoel gebaseerd op seksualiteit, volledig nalaten.

Voor de monniken van MBM wordt dit als een vanzelfsprekendheid gezien, aangezien zij deze leefregels, verder uitgewerkt in de eigen gedragscode, de Vinaya, voor de duur van hun (monniks)leven op zich hebben genomen.

4) Het zich onthouden van verkeerde spraak

Het zich onthouden van onjuiste spraak kent vier grondslagen:

  1. Onjuiste spraak;
  2. Tweespalt veroorzakende spraak;
  3. Grove spraak;
  4. Leegpraat

Voor de duur dat mensen in het klooster zijn, worden zij door het op zich nemen van deze regels ondersteund om de leer van De Boeddha op een zo doelgericht mogelijke wijze uit te voeren.

1) Onjuiste spraak
Onjuiste spraak is liegen. Het is het bewust zeggen van dingen waarvan de spreker weet dat ze niet waar zijn, en ook niet berusten op waarheid. Het is het bewust en verbaal ontkennen van de door de spreker erkende waarheid in andermans spraak. Zoals De Boeddha zijn eigen zoon Rahula adviseerde[3], is het zelfs af te raden om te liegen om een grap te maken.

2) Tweespalt veroorzakende spraa
Wanneer het spreken van de waarheid ertoe leidt dat twee of meer mensen hierdoor in onmin raken met elkaar, adviseren we deze spraak, indien tweespalt hiervan het doel is, na te laten. Als het doel geen tweespalt is maar een mogelijk gevolg van hetgeen gezegd is, raden we aan om van tevoren de eigen woorden goed te overwegen, en daarbij het eigen belang, het belang van anderen en het belang van beiden (of allen) in acht te nemen. We zijn immers als gemeenschappelijk beoefenaar van de leer van de Boeddha gebonden door het voornemen om iets te doen dat heilzaam is.

3) Grove taal
Het gebruiken van grove taal, gericht op het kwetsen van anderen, met bewust gekozen woorden die door de luisteraar als een belediging opgevat kunnen worden (ten aanzien van de fysieke verschijning, familie, culturele achtergrond of andere als persoonlijk op te vatten kenmerken), wordt ten zeerste afgeraden. Het advies is om te allen tijde woorden waarmee gesproken wordt zorgvuldig te kiezen, ervan uitgaande dat men niet wil kwetsen.

4) Leegpraat
Praten over onzinnige dingen die tot gevolg kunnen hebben dat iemand in de geest meer verlangen, boosheid of verwarring verkrijgt, wordt eveneens afgeraden. Ofschoon het moeilijk is om onderwerpen, verbonden met verlangen, boosheid en verwarring niet tot gespreksstof te maken, is hier eveneens het advies om de woorden zorgvuldig te kiezen.

5) Het zich onthouden van het gebruiken van geest-benevelende middelen, zoals alcohol en drugs

Het zich onthouden van het gebruik van geest-benevelende middelen, zoals alcohol en drugs, wordt, voor zover dat binnen de mogelijkheden van het klooster ligt, volledig verboden. Hierbij gaat het dus om middelen die primair als genotsmiddel worden gebruikt, en die onvermijdelijk tot gevolg hebben dat het helder denken en waarnemen op een negatieve manier worden beïnvloed.

Overtreding van de gedragsregels

Wanneer iemand een of meer van de gedragsregels overtreedt, zal er per gedragsregel worden gekeken naar een passende vervolgactie. Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

  1. Schade voor de overtreder zelf;
  2. Schade voor anderen; hetzij een enkeling of meerdere personen
  3. Schade aan (eigendommen van) het klooster
1. Schade voor de overtreder zelf.

In het geval van gedragsregels, waarbij de persoon die handelt de enige is die schade ondervindt van het breken van de gedragsregel, zal de persoon zelf de verantwoording moeten nemen om zichzelf hierin te corrigeren. Als hij zichzelf met behulp van een ander wenst te corrigeren, dan kan hij dit doen door aan de aanwezige monnik zijn overtreding kenbaar te maken. De monnik kan hem dan wijzen op de nare gevolgen die zijn overtreding voor hem kan hebben. Ook kan hij met behulp van de aanwezige monnik de vijf leefregels in het klooster opnieuw op zich nemen, beseffend dat alle regels gelden voor in ieder geval de duur dat iemand in het klooster verblijft. De verantwoording voor correctie van het eigen gedrag ligt bij de persoon zelf.

2. Schade voor anderen

Indien iemand een gedragsregel breekt, en deze heeft tot gevolg dat anderen schade ondervinden, dan is het allereerst de taak van de ander die schade ondervindt om dit aan te geven. Afhankelijk van de soort van schade, of het soort van leed dat berokkend is, zal het klooster indien nodig en mogelijk, een passende vervolgactie ondernemen.
In het geval van schade aan eigendommen of het lichaam van andere bezoekers, ontzegt MBM zichzelf iedere verantwoordelijkheid. MBM is van mening, dat van haar zijde alle voorwaarden zijn geschapen voor mensen die zich aan de leefregels houden, om zich veilig te kunnen bewegen in het klooster.
Het benoemen van problemen in de veiligheid is uiteraard toegestaan.
Wanneer mensen kwetsende spraak bezigen, liegen, of veelvuldig spraak doen die in tegenstemming is met de leer van De Boeddha, wordt hen geadviseerd zich hiervan voor de periode dat zij zich in het klooster bevinden, te onthouden.
In het geval van intimiderende spraak, dreigend of grof taalgebruik, zal eenzelfde advies volgen. Wanneer veel mensen schade lijken te ondervinden van dit gedrag, zal de betreffende persoon de toegang tot het klooster worden ontzegd. Dit geldt ook in het geval van het doen van uitspraken en/of toespelingen op seksualiteit. Beide vormen van spreken worden binnen het klooster als ongepast en belemmerend gezien voor de beoefening van de leer van De Boeddha. Wie dergelijke uitspraken doet, zal de toegang tot het klooster worden ontzegd.

3. Schade aan (eigendommen van) het klooster

Wanneer er sprake is van moedwillig schade toebrengen aan de fysieke eigendommen van het klooster, zal degene die de schade veroorzaakt de toegang tot het klooster worden ontzegd.

 

——————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————

 

Strafbare feiten

Wanneer zich feiten hebben voorgedaan die (grenzen aan wat) strafbaar (is of) zijn, wordt een gedegen onderzoek aangeraden.

De procedure die wij adviseren is als volgt:

  1. De schade of het leed wordt gemeld bij de aanwezige monnik of bij de aanwezige vrijwilligers.
  2. De schade die is ondervonden wordt helder geformuleerd in bewoordingen die onmiskenbaar zijn. Ook moet helder zijn wie de schade heeft veroorzaakt. Dit moet onmiskenbaar worden aangegeven. Ruimte voor speculatie moet worden voorkomen.
  3. De pogingen om met elkaar over het gebeurde te spreken, moeten duidelijk zijn. Ruimte voor speculatie (ten aanzien van het al dan niet plaats gevonden hebben van een signalering, door de persoon die de schade heeft ondervonden, naar het klooster toe) moet worden voorkomen.
  4. Het klooster, dat wil zeggen: de monniken of de aanwezige kloostervrijwilligers, zullen met de betrokken personen in gesprek gaan. In dit gesprek moeten de feiten zo nodig worden verhelderd.
  5. Indien er vanuit MBM zelf dergelijke feiten (lijken te) zijn gepleegd, kan de persoon die schade heeft ondervonden de monniken of kloostervrijwilligers, die niet direct bij het feit betrokken waren, informeren. Ook hier is MBM van mening dat signalering op onmiskenbare, en heldere wijze plaats moet vinden.

Strafbare feiten kunnen vanuit MBM door monniken of kloostervrijwilligers gepleegd worden:

  1. In het geval dat een monnik mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd:
    1. Wordt in eerste instantie de hoofdmonnik en indien nodig de andere monnik(en) aangesproken
    2. In tweede instantie worden de betrokken vrijwilligers aangesproken;
  2. In het geval dat een kloostervrijwilliger mogelijk een strafbaar feit heeft gepleegd:
    1. Wordt in eerste instantie de hoofdmonnik en indien nodig de andere monnik(en) aangesproken
    2. In tweede instantie worden de betrokken vrijwilligers aangesproken;

In het geval van een zeer sterk vermoeden van een strafbaar feit, hebben de betrokkenen zelf de verantwoordelijkheid om contact op te nemen met de politie. Vanaf dat moment wordt de verantwoordelijkheid voor het verloop van de situatie neergelegd bij de instanties die betrokken zijn bij het in gang zetten en uitvoeren van de hiertoe vereiste juridische procedure.

We vragen uitdrukkelijk om alvorens er uitsluitsel is over het feit -of er al dan niet sprake is van een strafbaar feit- af te zien van het inlichten van media. Iedere organisatie is, daar zij vooral als naam bekendheid geniet, erg kwetsbaar ten aanzien van haar reputatie. Ook als een beschuldiging van een strafbaar feit binnen een organisatie later ongegrond blijkt, is door de eerdere berichtgeving van mogelijke strafbare feiten de naam al enigszins bezoedeld.

Ook voor mensen die graag de leer van De Boeddha willen gaan beoefenen, kan een slechte naam, al dan niet gebaseerd op waarheid, een obstakel zijn om een klooster, meditatiegroep of andere Boeddhistische organisatie te bezoeken. Hierdoor missen zij mogelijk een mooie kans om deze leer te beoefenen.

Indien bovenstaande procedure onvoldoende is, kan er contact worden opgenomen met een externe bemiddelaar. Hierover volgt later meer.

Het gedrag van de monniken en niet-monniken naar elkaar

Aangaande het gedrag van de monniken dient het volgende gezegd te worden: monniken dienen bepaalde gedragsregels te volgen welke niet gevolgd hoeven te worden door niet-monniken. De Boeddha heeft deze gedragsregels voorgeschreven.

Hierin is de positie van een monnik soms anders dan die van niet-monniken.

Een heel belangrijk voorbeeld dat consequenties heeft voor het contact tussen monniken en niet-monniken: monniken mogen geen enkele seksuele handeling verrichten. Deze regel neemt de monnik op zich voor de duur van zijn (monniks-)leven. Om deze regel gemakkelijker te maken voor monniken, wordt het monniken afgeraden, middels een leefregel, om lichaamscontact met een vrouw aan te gaan. Dit heeft soms specifieke gevolgen voor het contact met de monniken. Ter plaatse wordt de bezoeker hierover geïnformeerd.

De positie van de monnik als leraar

Een monnik heeft in veel Aziatische landen vaak een ceremoniële of een zeer duidelijke spirituele of religieuze functie. Onze monniken functioneren met name in de tweede functie: die van spiritueel en religieus adviseur. Hieraan is een aantal taken verbonden:

  • Les geven in de leer van De Boeddha;
  • Het geven van meditatieonderricht;
  • Het beantwoorden van vragen die gerelateerd zijn aan de leer van De Boeddha en het meditatieonderricht

Onze monniken geven uitsluitend les vanuit de Pali canon. Alles wat onze monniken zeggen moet verifieerbaar en toetsbaar zijn aan wat er in deze geschriften is gezegd. Het is de verantwoordelijkheid van onze monniken om hier niet van af te wijken. Mahamevnawa Buddhist Monastery wil uitsluitend onderwijzen vanuit de Sutta’s, ofwel de leringen van De Boeddha. Dat betekent dat wat de monniken onderwijzen, door iedereen kan worden gecontroleerd. De vertalingen van de Pali canon zijn beschikbaar in boekhandels en op internet. Deze zijn niet afkomstig van de kloosters van Mahamevnawa. De inhoud van de Boeddhistische leer is, onafhankelijk van de personen die haar onderwijzen, in te zien.

Wanneer iemand lessen komt volgen, zal hij dingen te horen krijgen die later na te lezen zijn. Ook de meditatielessen zijn gebaseerd op leringen van De Boeddha. Soms wordt er tijdens de meditatielessen een algemene instructie gegeven, die niet gebaseerd is op een sutta. Dit betreft bijvoorbeeld een meditatieinstructie over de houding van het lichaam. Indien dit het geval is, zal de monnik die lesgeeft dit aangeven. Indien de monnik dit niet aangeeft, en een deelnemer twijfelt of de instructie in de sutta’s staat, kan hij de monnik hierover vragen stellen. De monnik heeft de taak deze vragen eerlijk, open en discreet te beantwoorden.

Een monnik zal niet functioneren als privédocent. Alle onderricht van de monnik is, zoals gezegd, gebaseerd op de sutta’s, en kan daarom niet op hem als persoon worden ‘verhaald’. Bijzondere vragen zijn toegestaan, mits deze betrekking hebben op de leer van De Boeddha, meditatie of andere hieraan verwante zaken. Ook vragen over het monniksleven zijn toegestaan. De monnik zal deze vragen zo eerlijk, open en discreet mogelijk beantwoorden.

Verhouding leraar-leerling

De Boeddha was er duidelijk over dat wie zijn vertrouwen richt op een individuele persoon, in de betreffende sutta een monnik, een aantal risico’s loopt [4]. Deze risico’s hangen samen met het gedrag van de monnik. De monnik kan een (grove) overtreding [5] begaan, kan overlijden, kan vertrekken naar een ander klooster of kan uittreden. Iemand kan daarom zeer teleurgesteld zijn in deze monnik. Maar het kan gebeuren dat deze teleurstelling zich gaat richten op andere monniken, of Boeddhistische lekenleraren. Soms richt deze teleurstelling zich op de Boeddhistische leer in haar geheel. Door deze teleurstelling wendt iemand zich, zonder zich nog te verdiepen in de leer van De Boeddha, af van welke vorm van beoefening dan ook. MBM ziet dit als een groot verlies voor de persoon.

De Boeddha zei vlak voor zijn overlijden:

…De leer en de discipline die door mij uiteengezet en onderwezen zijn, zijn na mijn overlijden jullie
leraar‘. [6]

De Boeddha adviseert om uitspraken die monniken doen te controleren, door deze te toetsen aan zijn leer. MBM wijst bezoekers van het klooster op de eigen verantwoordelijkheid om dit advies op te volgen.

MBM ziet het als haar doel om haar bezoekers zo getrouw mogelijk deze leer te onderwijzen en hier onder geen voorwaarde van af te wijken, wetende dat De Boeddha waarschuwt voor monniken die in de toekomst (na zijn overlijden) hun eigen ‘diepe donkere’ leer gaan onderwijzen en dit zelf niet eens in de gaten hebben. [7]

Volgens de leefregels die monniken hebben, is het voor hen passend om ten aanzien van de mensen die het klooster bezoeken, een zekere ‘beroepsmatige’ afstand te houden, en zich niet in te laten met specifieke persoonlijke relaties. De ‘band’ tussen de monnik en de leek is de inhoud van de leer van De Boeddha. Er dient geen persoonlijke relatie te bestaan.

Met een monnik praten is zeker toegestaan, en kan erg behulpzaam zijn om duidelijkheid te krijgen ten aanzien van adviezen die De Boeddha heeft gegeven. De afstand tussen monnik en leerling dient echter wel gewaarborgd te worden. De monnik wordt geacht zich aan zijn leefregels te houden en de kloosterbezoekers dienen zich aan hun eigen leefregels te houden. Op die manier is, zo is MBM van mening, een harmonieuze manier van samenleven tussen monnik en niet-monnik, en bestudering en beoefening van de leer van De Boeddha, mogelijk.

 

——————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————————

 

Onoverbrugbare geschillen

Kloosterbezoekers, vrijwilligers en de monniken in het klooster

Bovenstaande zaken worden deels als absolute leefregel, en deels als richtlijn beschouwd. Het is bijna onvermijdelijk om transgressies, vergissingen en fouten hierin te voorkomen. Ook monniken zijn mensen. Zij kunnen fouten maken. Het voorrecht, of het vermogen, om foutloos te functioneren, zo staat in de sutta’s, is voorbehouden aan De Boeddha zelf. Zelfs zijn verlichte discipelen konden onbedoeld fouten maken, laat staan de niet- verlichte monniken en de niet verlichte ondersteuners van de monniken.
Om bovenstaande reden is in onderstaande procedure een belangrijke uitweg geformuleerd om alle hiervoor benoemde, en wellicht nog niet in hun eigen soort eerder voorgekomen vormen van onenigheid, op een zo volkomen mogelijke manier het hoofd te bieden.
Indien de kloosterbezoekers zich op welke manier dan ook benadeeld voelen door MBM, en zij er, middels de bovenstaande procedure, behorend bij het overtreden van leefregels, niet in slagen om tot harmonie te komen dan zijn er twee keuzes:

  1. Er wordt contact gezocht met een externe, onafhankelijke, bemiddelaar;
  2. Beiden, dat wil zeggen, de kloosterbezoeker en MBM, gaan hun eigen weg totdat eenheid en gezamenlijke beoefening van de leer van De Boeddha weer mogelijk is

Onenigheid binnen het klooster

Indien monniken binnen het klooster onenigheid hebben en/of veroorzaken dan worden zij geacht deze via de voor hen opgestelde gedragscode, de Vinaya, op te lossen. Voor wie kennis wil nemen van deze procedure verwijzen we naar deze gedragscode. Deze is op internet via de zoekterm ‘Vinaya’ gemakkelijk te vinden. Met name de site www.accesstoinsight.org biedt veel uitleg en inzicht in de wijze waarop monniken interne geschillen op kunnen lossen.
Binnen de gehele organisatie van Mahamevnawa Buddhist Monastery, dan gaat het over de organisatie in haar geheel waarvan het hoofdklooster is gevestigd in Sri Lanka, is er een raad van ‘ouderen’ waarin diverse experts van de monastieke gedragscode zijn vertegenwoordigd, alsmede monniken die zeer ervaren zijn in de leer van De Boeddha zelf. Zij fungeert als het centrale interne orgaan wier advies door de (monniken in) diverse kloosters in Sri Lanka en wereldwijd wordt opgevolgd en uitgevoerd.

Voor juridische procedures geldt uiteraard ten aanzien van monniken hetzelfde als voor niet-monniken: deze dienen volgens de wettelijke procedures op te worden gelost. De monniken zullen vervolgens, middels hun eigen leefregels, na het afronden van de algemene juridische procedures, hun eigen stappen ondernemen.

In geen geval dient de monastieke gedragscode gezien te worden als een uitgangspunt voor niet-monniken, om zich ongevraagd in zaken die zich in het klooster intern afspelen, te gaan mengen. Dit is uitsluitend het domein van de gemeenschap van monniken, en de door hen als betrokkene aangestelde personen zelf. Als informatiebron is het mogelijk wel interessant om hiernaar te kijken.

Contact met een externe bemiddelaar

De rol van de externe bemiddelaar

MBM verwacht van de externe bemiddelaar dat deze met een open, onafhankelijke houding naar een situatie van onenigheid kijkt.
Hij zal gedegen onderzoek doen naar de oorzaak van de problemen. Alle betrokken in de situatie van onenigheid worden grondig gehoord zodat ruimte voor speculatie zoveel mogelijk wordt voorkomen. Wanneer de onenigheid onoverbrugbaar is, zal dit in onmiskenbare termen helder moeten worden gemaakt. Wanneer er ruimte is voor een wederzijdse toenadering, zorgt de externe bemiddelaar ervoor dat de hiertoe vereiste acties, uit te voeren door alle betrokkenen, helder kenbaar zijn gemaakt.
Onpartijdigheid is geboden, maar aan de andere kant verwacht MBM dat de externe bemiddelaar zich goed verdiept in de ontstane situatie, en zich goed kan inleven in de situatie van alle betrokkenen. Dit zal hij ook tot uiting brengen. Alle betrokkenen dienen zich ‘gehoord’ te voelen.
Wanneer een conflictsituatie naar behoren is afgerond, dient ernaar gestreefd te worden om deze niet ‘op te rakelen’. Wat gedaan is, is gedaan.
Ook van de externe bemiddelaar verwacht MBM, ten aanzien van eventueel contact met media, een grote integriteit en passende terughoudendheid, rekening houdend met de kwetsbaarheid van organisaties.

Onoverbrugbare verschillen

Wanneer de bezoekers van MBM, en MBM, niet in staat zijn hun geschil te overkomen, kunnen ze ervoor kiezen om ieder een eigen weg te gaan.
Wanneer een goed contact weer mogelijk is, is iemand altijd welkom om het klooster van MBM te bezoeken. MBM wil graag de leer van De Boeddha doorgeven. Het uitgangspunt van MBM is dat De leer van De Boeddha voor zoveel mogelijk mensen bereikbaar moet zijn.

Externe bemiddelaar

De externe bemiddelaar van MBM is Kiribathgoda Gnānānanda thero.
Kiribathgoda Gnānānanda thero is de oprichter en hoofdmonnik van Mahamevnawa in Sri Lanka. Hij is monnik sinds 1978. In 1999 heeft hij het eerste klooster van Mahamevnawa in Sri Lanka opgericht. Kiribathgoda Gnānānanda thero reist de hele wereld over om de leringen van De Boeddha te verspreiden. Hij heeft een diepe kennis van de leer van De Boeddha en daarnaast is hij in staat om deze kennis in alledaagse taal over te dragen aan hen die de leer van De Boeddha graag willen leren begrijpen.
Kiribathgoda Gnānānanda thero is als adviseur en originator van vele kloosters van Mahamevnawa bedreven in het communiceren met mensen uit alle geledingen van de samenleving.

Contactgegevens:

Mahamevnawa Buddhist Monastery
Waduwawa
Yatigaloluwa,
Polgahawela (60300)
Sri Lanka

T: +94 37 22 44 602
E: info@mahamevnawa.lk

 

Referenties

[1] De Boeddha, Lokāvabodha Sutta, Ittivutaka, vers 112

[2] Deze beschrijving is ontleend aan de Vinaya, de gedragscode voor Monniken

[3] De Boeddha: Ambalaṭṭhikā-Rāhulovāda-Sutta, Majjhima Nikāya, sutta 61

[4] Puggalappasādasuttaṃ, Anguttara Nikāya, Boek van de vijftallen, 250.

[5] Denk bij een grove overtreding aan: Diefstal, seksueel wangedrag, drankmisbruik ed.

[6] De Boeddha, Mahāparinibbāna Sutta, Dīgha Nikāya, sutta 16

[7] De Boeddha, Anguttara Nikāya, Boek van vijf onderwerpen, sutta 79, over toekomstige gevaren.